Bezoek aan Kirgizië

Deze week was ik in Kirgizië. Deze prachtige maar straatarme bergstaat in Centraal-Azie is zes keer groter dan Nederland en er wonen 5 miljoen mensen. De sociale ramp die ‘transitie’ heet, is schrijnend zichtbaar in de voormalige Sovjetrepubliek. Tweederde van de bevolking leeft onder de armoedegrens. De dagelijkse strijd om te overleven biedt ze weinig ruimte om van de nieuw verworven vrijheid te genieten. Toch neemt de roep om democratie toe, zoals bleek uit straatprotesten in maart 2005 en begin vorige maand.

De prijs van de vrijheid is groot: staatsbedrijven die verdwijnen, massale emigratie als gevolg van de werkloosheid, toenemende kinderarbeid, buitenlandse investeerders  die nieuw werk brengen dat elders verboden is, zoals de levensgevaarlijke productie van asbestgolfplaten. “Ik heb liever over 40 jaar kanker dan nu mijn baan en inkomen te verliezen”, zei een bijna huilende werkneemster in een fabriek die we bezochten. De traditionele vakbonden kunnen weinig bescherming bieden tegen het misbruik door multinationals en de ontmanteling van de communistische verzorgingsstaat.

In het verleden beperkte hun functie zich tot die van een sociaal-culturele dienst van het bedrijf. Ze proberen te redden wat er te redden valt. Maar ze leren ook nieuwe vaardigheden om als een echte vakbond te opereren, die mensen beschermt tegen de uitwassen van het wilde kapitalisme en krijgen daarbij hulp van collega’s uit het buitenland. Dat was de reden van mijn bezoek deze week als lid van een internationale vakbondsmissie. Er is wel degelijk hulp die helpt. En wat was het weer een mooie ervaring kennis te maken met zoveel aardige, goedwillende en leergierige mensen, ook in Kirgizië!

(december 2006)