Over dieren als circusvermaak

Onderschriften bij plakplaatjes in “De bonte droom van het Circus”, J. van Doveren en Fred. Thomas (Uitgave van het Nederlands Zuivelbureau, ’s-Gravenhage 1957)

‘Een dansende beer was altijd weer een sensatie.’

‘Bij Zeeuwse paarden is de wil goed, maar het geheugen zwak.’

‘De Friese stamboekhengsten munten uit door intelligentie. Het steigeren is echter een kwestie van individuele aanleg.’

‘Pony’s, hoe gehoorzaam ook bij Strassburger in de piste, zijn in de omgang onaangename dieren.’

‘Brombeer op bromfiets, een ideale combinatie.’

‘Een ijsbeer heeft een sterk gevoel voor evenwicht.’

‘Reptielen in de piste: een exclusieve vertoning.’

‘Het nijlpaard, de grote filosoof in de circusmenagerie.’

‘De schuwe, achterdochtige zebra’s laten zich moeilijk dresseren.’

‘De boksende kangoeroe is in het circus een zeldzame verschijning.’

‘Zeeleeuwen zijn geboren artiesten, meesters in de jongleerkunst.’

‘Katten zijn de meest hautaine, onberekenbare artiesten van heel het metier.’